menu language

"You can not understand the human motivation without empathy." - Steven Spielberg

DRAMATURGIE VAN DE GEVOELENS & ROBOTICA 

We aanvaarden steeds makkelijker dat onze gevoelens functioneel zijn en passen in een rationeel en ethisch schema. We worden sporadisch aangespoord om goed naar ons lichaam of hart te luisteren, en dat we ons daardoor beter zullen voelen. Als men weet wat en waarom men voelt, kan men het immers zijn juiste plaats geven. 

Met wat wij allemaal over de functie van gevoelens weten, zouden we robotten kunnen programmeren die autonoom functioneren!  Als de gevoelens de motor van ons handelen zijn, ons besturingsmechanisme is, dan kunnen we er toch ook zelfstandige robots mee bouwen? 

De studie van de gevoelens staat centraal in wetenschappelijke disciplines zoals artificial intelligence, affective computing en robotica. Allerhande projecten zijn erop gericht robots door het herkennen en simuleren van gevoelens en expressies een menselijker uitstraling te geven. Deze disciplines maken vandaag de overgang van "automatisch" geprogrammeerde robots, die bewegingen herkennen, simuleren en herhalen, naar "autonoom" geprogrammeerde robots, die zelf een gepaste keuze uit meerdere handelingen kunnen maken. 

Daarom maakt men het onderscheid tussen "descriptive judgements" en "normative judgements", waarbij de eersten bewegingen herkennen en te interpreteren, en de laatsten gepaste handelingen kiezen. Bij de mens zijn het bij uitstek de gevoelens die het mogelijk maken de gang van zaken normatief of moreel te evalueren, om vervolgens te bepalen welke handelingen gepast zijn.

Het thema van veel humanoid (half robot, half mens) verhalen is dat deze creaturen geen moraal hebben en/of niet kunnen omgaan met gevoelens. En dat het misschien maar beter is dat robots hun gangetje niet kunnen gaan. En daar gaat het nu juist over!  Het autonoom en normatief programmeren van robots zal inderdaad afhangen van het succesvol integreren van de functionele en dynamische gevoelens.  

De hedendaagse robotica worstelt in principe niet langer met de vraag of de gevoelens kunnen helpen bij het zelfstandig maken van machines.  De hamvraag is wèlke gevoelens nuttig kunnen zijn bij het nemen van kwalitatieve beslissingen.  Ik zal in wat volgt stellen dat de 144 gevoelens uit het dialectische systeem  "normative judgements" zijn die de mens en waarom ook niet de machine kunnen sturen.

Misschien is het meer een droom dan een overtuiging die ik koester, dat de studie van de gevoelswoordenschat (emologie) en de kunst van het vertellen (dramaturgie, narratologie), de robotica belangrijke en elementaire kennis over menselijk handelen kunnen bijbrengen. Wat me in de overtuiging sterkt is 1. de mogelijkheid om gevoelens schematisch in te delen, en 2. de functionele structuur waarop drama is opgebouwd.

Op het punt dat we de logische mechanica van zowel verhaalstructuren als gevoelens begrijpen, is het mogelijk robots een zweem van menselijkheid te geven. 

NARRATOLOGIE EN EMOLOGIE 

Een autonome robot zal niet alleen zelfstandig beslissen, maar zich ook, tenminste als het functioneel en zinvol moet handelen, inschrijven in een verhaal of een proces waarin het bereiken van doelstellingen betracht wordt. Ik maak hier een vergelijking met een personage in een dramatische vertelling. 

Zo'n personage kan men gerust voorstellen op de kruising van een verticale en een horizontale as. 

* De verticale as in drama is het verloop van begin naar eind, meerbepaald de tijdslijn, de lijn van de verwachtingen, die parallel loopt met de motivatie & belangen lijn: het personage onderneemt handelingen om iets te verwerven (of te behouden).  Zijn belangen staan op het spel, en dat beweegt hem vooruit. 

* De horizontale as in drama is de spanning tussen het personage en zijn omgeving, de relaties die het personage heeft en de waarden en normen die deze verhoudingen representeren. 

Belangrijk is nu dat elk "nieuw feit" het gevoel van het personage kan beïnvloeden of veranderen, het evenwicht of de verhouding tussen de tegengestelde gevoelens kan wijzigen, en hem tot nieuwe handelingen kan nopen. Het gegeven van een nieuw feit is belangrijk in drama.  Een scène die geen nieuw gegeven aanbrengt, is niet functioneel, en brengt het verhaal niet vooruit. 

Elk nieuw feit kan betrekking hebben op één of meerdere gevoelscategorieën, zoals voorgesteld in het dialectische systeem, en wel volgens een driedelige cyclus: 

1. Aanvankelijk, bij het verschijnen van een nieuw feit, zullen eerst de cognitieve functies in werking treden: de verbeelding, de interpretatie. (2 categorieën);

2. vervolgens kan het feit (eventueel gelijktijdig) gevoelsveranderingen teweeg brengen op de volgende niveau's: het beeld van zichzelf, de ander of het publiek (3 categorieën), de relaties (6 categorieën), de gestelde verwachtingen (6 categorieën);

3. tenslotte kan het nieuwe feit leiden tot een handeling: het vermogen tot beslissing (1 categorie). 

Elke verandering op deze verticale of horizontale as, kan dus de gevoelens van het personage beïnvloeden, het evenwicht tussen tegengestelde gevoelens veranderen, en nieuwe passende handelingen vereisen. 

DEUGDELIJKE ROBOTS

We kunnen een robot werkelijk alles vragen, misschien vooral om dingen te doen die wij mensen niet kunnen of willen uitvoeren. Wat wij hoe dan ook verwachten van onze robot is dat het zijn job goed uitvoert.  Zo kunnen wij de robot vragen iemand te doden, wat uiteraard slecht is, maar wij zullen het misschien zodanig programmeren dat de robot ondanks alles het gevoel heeft dat het "iets goeds" doet en aan onze verwachtingen voldoet.  Voor we de robot dus programmeren met gevoelens, zullen we eerst bekijken hoe de menselijke deugden zich verhouden tot de menselijke gevoelens.

Volgens Thomas van Aquinus is de deugd het gepaste midden tussen twee extreme (tegengestelde) gevoelens, dan wel het andere uiterste van een begeerte, waardoor deze ingetoomd wordt. Wat deugdelijk is hangt wel af van persoon tot persoon en van situatie tot situatie. Verder bevraagt Aquinus of het deugdelijke aangeboren of aangeleerd menselijk vermogen is. Voor robots is deze kwestie uiteraard niet belangrijk. Eerst volgt een opsomming van de deugden middels een bloemlezing van de Europese ethiek. 

In het Middeleeuwse La Divina Commedia van Dante staan tegenover de 7 hoofdzonden de 7 deugden die we het beste kennen: ijdelheid/ nederigheid, hebzucht/ gulheid; woede/ zachtmoedigheid; luiheid/ ijver; afgunst/ naastenliefde; geilheid/ kuisheid; gulzigheid/ matigheid. In de Christelijke traditie kent men 4 kardinale deugden: bezonnenheid, moed, rechtvaardigheid, matigheid, en de 3 goddelijke deugden: naastenliefde, trouw en hoop.

Thomas van Aquinus beschrijft ook nog andere deugden, zoals: ontzag, erbarmen, openheid van geest, doorzetting, aardigheid, vrijzinnigheid, grootmoedigheid, grootsheid, eerbied voor de ouders, maagdelijkheid, armoede, wijsheid, kennis, vakmanschap, intelligentie en speelsheid. In de werken van Spinoza komen de deugden maar zelden voor.

In de Ethica benoemt hij ze als "potentiam animi", zielskrachten die de begeerten in toom houden, zoals: zachtmoedigheid, soberheid, matigheid en kuisheid.  In zijn Theologisch-politiek traktaat noemt hij de deugd verdraagzaamheid, met name die om de vrijheid van mening te respekteren.  Bij Adam Smith is alles deugdelijk wat prijzenswaardig en bewondering wekt, waaronder ook ambitie.

De hedendaagse moraalfilosoof Comte-Spionville tenslotte vermeldt  nog de volgende deugden toe: bescheidenheid, edelmoedigheid, medelijden, barmhartigheid, dankbaarheid, goede trouw, humor, liefde & eros, en hoffelijkheid of beleefdheid, de hoedanigheid waaruit volgens Comte-Spionville alle deugden zouden voortkomen.  Deze bloemlezing sluit ik nog af met een gezegde uit de volksmond: "Berouw is de lente onder de deugden."

De 21 in het vet gedrukte deugden staan hieronder nog eens in de betreffende categorieën van het dialectische systeem.                                             

. + -
INTERIOR < Verheerlijkt > Nederig
> Trots < Beschaamd
M Zelfvoldaan M Berouwvol
I Gevleid I Beledigd
.
EXTERIOR < Aanmatigend > Belachelijk
> Lovend < Verwerpelijk
M Geliefd M Hatelijk
I Jaloers I Verfoeilijk
.
IMITATIO < Ontroerd > Onverstoorbaar
> Neerbuigend < Erbarmelijk
meerwaardig M Medelijdend M Leedvermakend
I Toegeeflijk I Koppig
.
< Bescheiden > Ambitieus
> Aardig < Arrogant
minderwaardig M Toegewijd M Spotlustig
I Barmhartig I Afgunstig
.
< Bereidwillig > Balorig
> Welwillend < Boosaardig
evenwaardig M Gunstig M Verontwaardigd
I Dankbaar I Ondankbaar
.
CONCORDIA < Mild > Streng
> Verdraagzaam < Ontzagwekkend
meerwaardig M Menslievend M Wedijverig
I Genadig I Wreed
.
< Braaf > Stout
> Scrupuleus < Achteloos
minderwaardig M Zachtmoedig M Woedend
I Verzoenend I Twistziek
.
< Gehoorzaam > Opstandig
> Verbonden < Strijdlustig
evenwaardig M Rechtvaardig M Wraakzuchtig
I Loyaal I Verraderlijk
.
TEMPUS < Hoopvol > Bang
> Vertrouwend < Wantrouwend
verwacht M Trouw M Ontrouw
onvoltooid I Verlangend I Missend
.
< Moedig > Schijterig
> Bezonnen < Overhaast
onverwacht M Vermetel M Laf
onvoltooid I Onverschrokken I Schuchter
.
< Nostalgisch > Wrokkig
> Triomfantelijk < Verslagen
bevestigd M Doorzettend M Gelaten
onvoltooid I Troostend I Verweesd

Wat opvalt in de relatiegebonden categorieën is dat minderwaardige gevoelens en onderdanig gedrag traditioneel als het meest deugdelijk worden beschouwd. Ook het vermijden van geweld door medeleven en begrip staat hoog in aanzien. In de tijdsgebonden categorieën is het blind vertrouwen in de ander of  trouw aan zichzelf deugdelijk, al is bij momenten bezinning of voorzichtigheid aangewezen! 

Er zijn best nog wel andere deugden te bedenken voor onze robot, bijvoorbeeld gehoorzaamheid. Belangrijk echter is te begrijpen hoe werkelijk alle gevoelens zich verhouden tot de gevoelens die tot deugden gepromoveerd werden.  

REALITEIT EN DOELSTELLINGEN

De volgende vraag is hoe een machine die 144 gevoelens hanteert, deze in een complexe omgeving kan inzetten?  De "normative judgements" zullen onvermijdelijk aangewezen zijn op de "descriptive judgements".  Dat wil zeggen dat de machine eerst de essentie van de situatie zal moeten begrijpen, alvorens het, geheel in functie van zijn gestelde doel, tot het nemen van de juiste beslissingen en handelingen kan overgaan.   

De perceptie van de realiteit van een omgeving is sterk afhankelijk van het doel dat men zich (daar) heeft gesteld. Ook voor onze robot is een bestaansreden noodzakelijk. Zullen we onze uiterst gevoelige robot een rollenspel laten spelen, een debat of het verkeer in goede banen laten leiden, of de beste kandidaat voor een job laten uitkiezen ? Werkelijk alles is mogelijk, als men zich maar een doel voor ogen stelt.  Zonder doel kan men geen kwalitatieve beslissingen nemen. Gevoelens zonder doel zijn even onzinnig als gevoelens zonder oorzaak. Een depressieve robot zou zijn zoals een depressieve mens, die van alles voelt zonder te weten wat ermee aan te vangen.

Bij een robot is het programmeren van een doel onvermijdelijk en nodig. Daar komt het (helaas) niet zélf achter. Hoe dan ook, zowel bij de depressieve mens als de depressieve robot, zoals overigens bij het dramatisch personage, is het aangewezen, wil men de gevoelswereld op geweldige wijze activeren, deze in de meest conflictueuze situatie te plaatsen en het tot doel te stellen zich daar heelhuids uit te redden...

Nu het doel van onze robot geprogrammeerd is, kan het beginnen de essentie van de situatie te begrijpen. Het heeft een minimum aan realiteit en bestaansreden.  Heel snel zal het een eerste autonome beslissing nemen.

GEVOELENS IN EVALUATIE & EVOLUTIE

Hoe kunnen de gevoelens zoals ze in het dialectische systeem worden benoemd en gekenmerkt, namelijk als waarderingen van personen, relaties, verwachtingen of fenomenen, nu ingezet worden in autonome processen, die verondersteld worden de robot te animeren ?

Gevoelens spelen een belangrijke rol als de normale gang van zaken verstoord of onderbroken wordt door meer of minder aangename wendingen of gebeurtenissen en bestaande verhoudingen daardoor uit evenwicht gebracht worden. Het gevoel is dan geen finale waardering maar een aanwijzing om naar een nieuw (eventueel het oude, verloren) evenwicht toe te groeien. Het zal de volgende actie of houding, in functie van het behalen van de doelstelling, bepalen. Het is dus belangrijk dat positieve waarderingen (M+) gesignaleerd worden, maar mocht de waardering hiervan afwijken, zoals (<+) (>+) (I+) (<-) (>-) (M-) en (I-), dan beschikken we minstens over waardevolle informatie om de gang van zaken te corrigeren.

Door het gevoel te zien als een evaluatief gegeven legt men een dynamisch verband tussen het gevoel over de voorlopige situatie enerzijds & het gevoel dat men gehad zou hebben bij een "normale afwikkeling" anderzijds. Het proces waar de gevoelens als morele standpunten fungeren, gaat dan over de volgende stappen: 1. evaluatie van de gebeurtenis, 2. bepalen van de conflictstof, 3. stellen van een schuldvraag, 4. bepalen van de persoonlijke impact en 5. de noodzaak van een creatieve (belonende of bestraffende) actie.

Als de inschatting van een gebeurtenis afwijkt van het positieve, normale, goedkeurende gevoel (M+), ligt in dat normatieve verschil de conflictstof waarover onderhandeld kan worden. Door het stellen van de criteria die in het dialectische systeem zijn opgenomen, kan de robot dus een bepaalde situatie gevoelsmatig evalueren plus de conflictstof gaan bepalen. De praktische vraag die zich nu stelt is waartegen het gestelde gevoel afgewogen moet worden en welk ander gevoel daarbij het referentiepunt is ? We zullen dat referentiepunt bepreken voor elk van de hoofdcategorieën bespreken.

Voor de relatiegebonden gevoelens ligt het (onpartijdige) ijkpunt voor de hand. De hiërarchische verhoudingen in acht genomen, is alles in rust of balans als « iedereen gelijk is voor de wet » wat men gemakshalve kan vertalen naar het gevoel van rechtvaardigheid (concordia, evenwaardig, M+). Als het gaat over relaties zonder contract, dan is het ideale dat men een gunstige houding ten aanzien van elkaar aanneemt (imitatio, evenwaardig, M+). Ook bij de tijdsgebonden gevoelens is het referentiepunt vrij duidelijk, namelijk als men « met vertrouwen de toekomst tegemoet kan zien » (tempus, onvoltooid, verwacht, M+). De verwachtingen monden ideaal gesproken uit in geborgenheid (tempus, verwacht, voltooid, M+) of tevredenheid (tempus, bevestigd, onvoltooid, M+).

De « creatieve » en de « persoonlijke » gevoelens zijn bijna altijd het gevolg van de relatie- en/of tijdsgebonden gevoelens. Anders gezegd, de normatieve inschatting van relaties of verwachtingen heeft mogelijk een directe invloed op de waardering van de personen die bij relaties of in verwachtingen betrokken zijn. Dat normatieve verschil, dat we aangeven met tekort (<) of teveel (>) ten opzichte van de norm (M), dan wel bestempelen als onverdiend (I), brengt met zich mee dat een soort van schuldvraag gesteld wordt. Is het beeld van onszelf of van de ander zodanig gewijzigd dat er een (belonende of bestraffende) actie nodig blijkt ? Dat moet men uiteraard bekijken van geval tot geval, van persoon tot persoon.

Zowel bij de « persoonlijke » gevoelens die het persoonlijk imago opmeten, als de « creatieve » gevoelens die beslissend zijn voor de actie, is er geen referentiepunt maar een interactie tussen de drie werkwoorden willen-kunnen-moeten die in deze categorieën spelen.

Wat we zouden willen of kunnen, is niet altijd nodig. Wat zou moeten, is niet altijd gewenst of mogelijk. Wat men kan, wil men niet altijd, en omgekeerd. Uit het afwegen van de 8 mogelijke variaties tussen kunnen, willen en moeten of niet, zal hoe dan ook blijken wat de persoonlijke impact is van een bepaalde gebeurtenis en vervolgens of de mate van betrokkenheid & noodzaak wel groot genoeg is om te beslissen tot actie over te gaan.

HIËRARCHISCHE GEVOELENS 

Soms merken wij op dat wij als robots zijn, wanneer we eenzelfde taak onophoudelijk, feilloos en zonder morren uitvoeren. Werk is blijkbaar "menselijker" als we het zelfstandig, kritisch en creatief kunnen organiseren. Het verschil tussen robot en mens wordt geassocieerd met het functioneren op commando en binnen hiërachische verhoudingen. Maar hiërarchische verhoudingen zijn uiteraard inherent aan menselijke relaties, en absoluut bepalend voor wat we gaan voelen. Het verschil met mensen is natuurlijk dat robots geen flauw benul hebben van hiërarchische verhoudingen, niet geprogrammeerd zijn met hiërarchisch bewustzijn en er dus geen gevoelens over kunnen hebben! 

In elke samenleving of samenwerking, klein of groot, hangt het bevestigen van de bestaande normen of het vormen van nieuwe normen nauw samen met (subtiele of bruuske veranderingen in) die hiërarchische orde. Daar wij steeds aangewezen zijn op de heersende norm en haar vertegenwoordigers, is onze gevoelswereld daar van nature op afgestemd.  Onze gevoelens verschillen dus naargelang 1. we een meerder-, een minder- of een evenwaardige positie innemen, 2. er al dan niet sprake is van een bindend contract, en 3. de inschatting van het gedrag of de handeling die het gevoel heeft veroorzaakt, ten opzichte van de gangbare norm (cfr. het dialectische systeem).

Tussen wat een "minderwaardige" persoon doet zonder dat het hem is opgelegd, en wat een "meerdere" niet doet terwijl hij er zich toe had verbonden, liggen 48 verschillende gevoelens. De gevoelige kern van relaties zonder contract (imitatio) is begunstiging. De gevoelige kern van relaties met contract (concordia) is rechtvaardigheid. Als we de robot, die slaafse én superieure machine, bewust maken van hiërarchische verhoudingen, kunnen alle gevoelens, attitudes en deugden die spelen in menselijke relaties ook voor de robot betekenisvol worden: van verering tot wedijver.

Als men in een gegeven situatie wil duiden hoe men daarover voelt, zal men dus eerst de criteria status en contract moeten bepalen. Wat het bestaan van contracten, akkoorden of overeenkomsten betreft, is er niet altijd duidelijkheid. Meestal zijn afspraken onuitgesproken: worden we verondersteld bepaalde gewoontes trouw te blijven, of gedragscodes, die evolueren met de groep of de samenleving, na te leven. Ook bepalen of iemand meer- of minderwaardig is, ligt niet altijd voor de hand. Vaak gaat het over specifieke kwaliteiten in specifieke omstandigheden, waarin de een nu eens uitblinkt, dan weer onder doet.

Relaties zonder contract gaan doorgaans vooraf of voorbij aan de vorming van een "maatschappij". Niet de gestelde trouw aan afspraken (uniformiteit) is belangrijk, maar complimentariteit of compatibiliteit met het geheel of de ander (uniciteit). De waardering van elkaars kwaliteiten hangt af van hun rijkdom of schaarste. De persoonlijke kwaliteiten zijn onvergelijkbaar maar onmisbaar. Zoals in de ruilhandel, die de monetaire handel voorafging, kan men hout tegen zout uitwisselen. Bergbewoners brengen hout mee om het voedsel te koken, kustbewoners geven in ruil zout om het voedsel te kunnen bewaren. De competitie in relaties zonder contract bestaat niet in de assimilatie van gebruiken en gewoonten, maar in de simulatie van de meest gegeerde kwaliteiten. Hoe moeilijker de kwaliteiten na te bootsen zijn, hoe dierbaarder ze zijn.

In relaties onder contract waardeert men het gedrag in functie van het algemeen belang. Men moet immers voldoen aan eenzelfde regel, en de verdiensten worden in gelijke munt uitbetaald. In relaties onder contract maakt men abstractie van de persoonlijke of unieke kwaliteiten, om de samenleving voor iedereen leefbaar te maken. Dat zorgt voor rechten en plichten, voor beloningen, maar ook voor schuld en boete.  Relaties onder contract zijn daarom ontvankelijker voor geweld. Als de opoffering van de persoonlijke voordelen niet zoals afgesproken beloond worden, kan het gevoel van onrechtvaardigheid of frustratie snel omslaan in geweld.

De respectievelijke gevoelscategorieën communiceren met elkaar. In relaties onder contract kan men nog altijd informeel zijn. Anderzijds zullen de hiërarchische verhoudingen in relaties zonder contract vaak leiden tot het vormen van een maatschappij, waarin de personen met de meest gegeerde kwaliteiten (de naleving van) de normen stellen (of verzekeren). In relaties zonder contract worden de hiërarchische verhoudingen gevormd door ieders dispositie om eerbied te tonen (superieur), zich op te offeren (inferieur) of zich gunstig op te stellen (gelijkwaardig). In relaties onder contract volgen de gevoelige disposities uit de hiërarchische structuur: gezag (superieur), volgzaamheid (inferieur) en dienstbaarheid (evenwaardigheid). 

COUNTERFACTUAL FEELING 

Ik zei eerder dat men de robot een taak moet geven met een daaraan gekoppeld doel voor ogen, omdat de machine dat niet zelf kan. Nu kan ik me - zo gezegd, zo gedaan - een robot voorstellen die zijn taak perfect uitvoert en daarover toch niet tevreden is, omdat het dat gevoel niet aangeleerd werd. Nochtans zijn er heel wat gevoelens, minstens 48 die enkel en alleen in relatie staan met al dan niet ingeloste verwachtingen, die een robot goed zou kunnen gebruiken.

Zullen onze verwachtingen uitkomen? Wat als er onverwachtse omstandigheden opduiken? Wat moet een robot voelen en denken als het slaagt, mislukt, iets vergeet te doen of iets verkeerds doet? Fouten maken is menselijk.  Er spijt over voelen is echter de eerste stap om het de volgende keer beter te doen, althans niet weer dezelfde fout te maken en om, met andere woorden, uit de gemaakte fouten te leren.

Wetenschappers in artificiële intelligentie stellen het vermogen om te leren als één van de voorwaarden om te kunnen spreken over autonome robots. Het gaat niet om het vermogen informatie op te slaan zoals studenten materie memoriseren. Het gaat om het combineren en toepassen van kennis in veranderende omstandigheden, het leren uit ervaringen en dus per definitie uit de gemaakte fouten. 

De Amerikaanse psycholoog Neal J. Roese (1997) stelt dat bij het gevoel spijt een mentaal proces op gang komt waarbij men over handelingen uit het verleden nadenkt hoe ze zijn kunnen gebeuren en meerbepaald hoe ze (beter) hadden kunnen verlopen. Dat proces noemt hij in navolging van Nobelprijswinnaar Kahneman & Miller (1986) counterfactual thinking, denken tegen de feiten in, dat aanvankelijk werd bestudeerd bij processen van sociale vergelijking. Toegepast op de categorie van tijdsgebonden gevoelsoorzaken (Tempus, in het dialectische systeem) zetten de gevoelens een dialectische manier van denken op gang om na te gaan welke alternatieve handelingen er zijn of waren.

Hoewel spijt een negatief gevoel is, is het op lange termijn functioneel omdat het besef dat dingen verkeerd liepen ons doet afvragen hoe de toestand weer gecorrigeerd of genormaliseerd kan worden, hoe onherstelbaar groot de schade en hoe onherroepelijk de gebeurtenissen ook mogen zijn. Spijt voelt men bij voltooide handelingen met een negatieve uitkomst, en vooral als 1. onverwachts van de normale gang van zaken werd afgeweken, 2. als er werd gehandeld toen dat onwenselijk was, of omgekeerd als er niet werd gehandeld terwijl dat aangewezen was en 3. wanneer men de gang van zaken had kunnen controleren of bijsturen. Roese stipt daarbij nog aan dat de grootte van het gevoel van spijt in een evenredige verhouding staat tot de grootte of het aantal van de gelegenheden die er waren om de negatieve uitkomst alsnog te vermijden. 

Het gevoel van spijt (negatief gevoel bij onverwachte en voltooide actie) vindt zijn tegenhanger in het gevoel van vertrouwen (positief gevoel bij verwachte en onvoltooide actie). Het gevoel van vertrouwen leeft als men bij het uitvoeren van handelingen (eventueel noodgedwongen) niet aanwezig kan zijn of als men zich dermate baseert op de normale gang van zaken, dat men het niet nodig acht om het verloop te controleren of (eventueel preventief) in te grijpen.    

Het is duidelijk dat tegenfeitelijk denken niet alleen plaatsvindt bij voltooide handelingen (spijt, opluchting, teleurstelling, wrok, tevredenheid, gevoelens bij verlies of succes), maar ook bij onvoltooide handelingen (hoop, wanhoop, frustratie, moed, geborgenheid, angst), namelijk bij het bedenken en tegen elkaar afwegen van worst & best cases, en het uitschrijven van scenario's en recepten voor efficiënt toekomstig gedrag.

Volgens Roese kan de emotionele ervaring zowel de oorzaak als het gevolg zijn van tegenfeitelijk denken. Het is een mentaal proces dat ons doet wikken en wegen, "a normally functionial process of checks and balances", dat de mogelijke oorzaken of gevolgen van ons handelen scherper doet stellen. In de loop van onze projecten zijn tal van scenario's en uitkomsten mogelijk. In die context is het maar normaal dat onze gevoelens precies aangeven op welk punt en moment ons project aanbeland is, en signaleren welke scenario's een positieve of negatieve uitkomst (gehad) kunnen hebben.

conception Vertige asbl