DYNAMIEK VAN DE GEVOELENS
Op deze website kan je navigeren doorheen 3 structuren die telkens een andere benadering laten zien van de dynamiek tussen de gevoelens.
448 gevoelstrefwoorden die aanduiden hoe iemand zich voelt, zijn in één enkele categorie samengebracht en vormen door hun onderlinge relaties een emotioneel netwerk.
In het dialectische systeem zijn de gevoelens verbonden met hun tegengestelden, op de globe worden ze samengebracht volgens affiniteit, en in het woordenboek zijn ze aan elkaar gelinkt door oorzakelijke verbanden.
INLEIDING
Toen een vriend raad vroeg bij het ontwikkelen van een filmscenario over zombies: de willoze, wezenloze en gevoelloze zombies!, was mijn visie dat in een dergelijk verhaal alle mogelijke gevoelens aan bod moesten komen. Dat was de onmiddellijke aanleiding om de categorie van gevoelens te inventariseren, om met dit werk te beginnen.
Eerder was het me ook opgevallen dat bij beschrijvingen van verwante (dramatische, sociale, politieke of persoonlijke) situaties steeds weer dezelfde gevoelens ter sprake kwamen en met elkaar in verband gebracht werden.
Vallen we bij het benoemen van emotioneel geladen omstandigheden altijd terug op bepaalde stereotyperingen? Waarom roept een bepaalde gebeurtenis altijd dezelfde kluster van gevoelens op? Is er een dominant discours waarmee veranderende situaties worden ingeschat? En als gevoelens in bepaalde contexten steeds weer opduiken, met elkaar in verband worden gebracht of naar elkaar verwijzen, bestaat er dan zoiets als een dynamisch systeem van de gevoelens?
Uitgerekend de zombies zetten me op weg om de mysterieuze wereld van de gevoelens te doorgronden en in kaart te brengen.
Dimitry Masyn
WAAROM EEN PROJECT OVER GEVOELENS?
Gevoelens zijn persoonlijk. Uiteraard. Ze vertellen iets over onszelf. We kunnen ze voor onszelf houden. Meestal vallen ze echter gewoon van ons gezicht of uit ons gedrag af te lezen, zijn we als open boeken. Als we onze gevoelens zo spontaan uiten dan moet het wel zo zijn dat we bewust of onbewust de ander op de hoogte willen brengen van belangrijke informatie. Gevoelens zijn dus niet zo persoonlijk als de tijdsgeest ons doet geloven. Over het algemeen is wél de anekdote, de levensloop strikt persoonlijk; gevoelens zijn eerder opvallende openbaringen of bekentenissen over persoonlijke posities en motivaties in sociale relaties. We lopen er niet mee te koop, maar houden ze ook niet al te lang voor onszelf.
Gevoelens zijn complex. Vooral als we het erover willen hebben en er de juiste woorden en betekenissen niet voor vinden. Eerst is het belangrijk ze te erkennen, te herkennen en te benoemen. Als we dat doen, wordt opeens duidelijk dat ze vaak verschillende vragen tegelijk beantwoorden en opvallend eenduidig en functioneel zijn. Gevoelens zijn inschattingen of beoordelingen over onszelf, over de ander, over de relaties die we met anderen hebben, over de verwachtingen die we stellen en over wat we willen, kunnen of moeten doen.
Gevoelens zijn deels aangeboren deels aangeleerde sociale seingevers. We reageren gevoelsmatig ten aanzien van gestelde normen, en als die niet bestaan zullen onze gevoeligheden deze normen als eersten vormgeven. Onze fijne gevoeligheden zullen of kunnen de normen zelfs bijstellen zodra één persoon de bestaande groep vervoegt of verlaat.
FUNCTIONELE EN UNIVERSELE GEVOELENS
Sinds kort bevestigt de psychologie dat gevoelens functioneel zijn, dat ze dienen om fysiek en sociaal te overleven en te communiceren. Dat is verbazingwekkend omdat de Europese literatuur gevoelens meestal besproken heeft in het kader van de organisatie van de samenleving. Het lijdt geen twijfel dat deze ethische, zelfs spirituele benadering van gevoelens een halt werd toegeroepen onder invloed van Descartes en Darwin. Met Descartes werd het gevoel van het verstand onderscheiden en zo werden de gevoelens juist van hun verlichtende eigenschappen ontnomen. Darwin bracht de uitgebreide gevoelswoordenschat terug tot een zestal basisemoties, zogezegd de enige emoties die men overal ter wereld zou kennen en herkennen.
Maar de beperkte reeks van basisemoties, waarmee veel wetenschappelijk onderzoek nog steeds gevoerd wordt, is te beperkt om zinvolle dynamische relaties en patronen tussen die gevoelens mogelijk te maken. Stel je een roman voor die is geschreven aan de hand van de 6 basisemoties van Descartes: bewondering, liefde, haat, verlangen, vreugde en verdriet, of de 6 basisemoties van Darwin: angst, walging, woede, medelijden, vreugde, verbazing. En het wordt duidelijk dat een oneindig aantal situaties niet gevat zal kunnen worden. Als onze taal fijne onderscheidingen maakt dan moeten we er ten volle gebruik van maken.
Erkennen dat gevoelens functioneel zijn veronderstelt dat gevoelens dynamisch zijn. Ze geven dan immers betekenis aan datgene waarover we gevoelens hebben en geven zin en richting aan ons handelen. Bij Spinoza is een dynamiek van kracht tussen twee tegengestelde gevoelens. Bij Adam Smith is er een gevoelsgeladen dynamiek tussen een sociaal aanvaarde norm of verwachting en de mate waarin een handeling daarvan afwijkt.
DIALECTISCHE EN MORELE GEVOELENS
Spinoza, die tussen Descartes & Darwin in leefde, beschreef in zijn Ethica een lijst van 48 gevoelens, of "aandoeningen". Hij bewees ze op geometrische wijze en deelde ze dialectisch op, in blijheden en droefheden. Dialectiek is het principe dat men iets (pas) kent door zijn tegengestelde te kennen: ontkenning van het ene, bevestigt het andere. Van de 48 gevoelens die Spinoza benoemt zijn er 32 onder te brengen in 16 paren van tegengestelde gevoelens.
Adam Smith is doorgaans gekend als de grondlegger van de economische wetenschappen. Hij schreef The wealth of the nations, maar dat is volgens Adam Smith zélf een economisch vervolg en doorslag van zijn ethisch werk The theory of moral sentiments. Gevoelens zijn evenveel als sociale meters, die signaleren wanneer iemands gedrag al dan niet gepast is.
Emotionele communicatie draait erom te weten wat gepast ("proper") is, wat aangenaam of aanvaardbaar is in een bepaalde situatie, wat iemand verdient of niet. Dat klinkt uiteraard economisch. Maar misschien hebben gevoelens wel deze economische functie: dat ze afwegen wat iemand voor de groep, en omgekeerd, de groep voor iemand opbrengt ? Individuen, geplaatst in hun morele samenlevingen, zullen altijd beoordelen wat goed of slecht is voor henzelf, wat gunstig is of niet voor de gang van zaken, wat eerbaar of scha(n)delijk is voor de groep. Bovendien zouden sociale opvoeding en regulatie niet mogelijk zijn zonder signalen die zeggen als iemand zijn gedrag in het belang van de groep moet aanpassen. Dat is nu juist waarom we gevoelens hebben, waarom ze persoonlijk zijn, en waarom we ze soms delen.
Zonder dat er gezond verstand aan te pas komt, vertellen gevoelens dus waar onze handelingen op uit of neer komen. Gevoelens impliceren onmiddellijke waarderingen over perspectieven, plannen en objectieven. Ze signaleren ons als de verwezenlijking van onze plannen makkelijker, moeilijker of onmogelijk wordt, als we voor onze plannen moeten vechten, ze moeten bijsturen, of als het beter is (nu even) niets te doen.
Ze zijn volledig ingebed in een dynamisch systeem waarin onze persoonlijke standpunten zich verhouden ten opzichte van sociale verwachtingen, of van sociale normen ten opzichte van persoonlijke drijfveren. In dit systeem zijn alle gevoelens welbepaalde referentiepunten en verhouden zich bijgevolg ook op een zekere manier tot elkaar.
Het dialectische systeem, dat verder bouwt op de filosofie van Spinoza en Adam Smith, brengt ons tot een nieuwe definitie van wat een emotie is, nl. een signaal dat er ons door een plots wijzigende situatie toe brengt twee tegengestelde gevoelens tegen elkaar af te wegen, en een nieuw standpunt in te nemen in de ondertussen gewijzigde situatie.
De psychologie maakt tegenwoordig een inhaalbeweging. Stilaan en moeizaam keren de gevoelens terug uit ballingschap. Of is deze emancipatie slechts schijn? Wie ‘negatieve’ gevoelens heeft, wordt nog vaak gelijkgesteld met de oorzaak die hij, juist door zijn negatieve gevoelens daarover te kennen te geven, aanklaagt. Als men voor ogen houdt dat alle gevoelens functioneel en sociaal vormend zijn, bestaan er welbeschouwd geen ‘negatieve gevoelens’. Vele emotionele problemen kunnen pas opgelost worden als men de oorzaken signaleert en erkent. De precieze of gepaste woorden kennen voor onze emotionele signalen is een onmisbare schakel in deze emancipatie.
EMOLOGIE : OVER TAAL & GEVOELENS
Er zijn oneindig veel manieren om gevoelens aan te duiden. De benadering in dit project is louter taalkundig: er wordt gewerkt met de woordenschat waarmee we een persoon en het gevoel dat die kan hebben of geven!, op de meest directe en bondige manier typeren: adjectieven.
Op drie verschillende manieren, die verderop besproken en geïllustreerd zullen worden, zijn 488 gevoelsadjectieven in kaart of systeem gebracht. Het voordeel van deze beperking tot de taalkunde, is dat deze adjectieven voor iedereen, hoe persoonlijk of cultureel men ook voelt, toegankelijk zijn. Er kan discussie zijn over hun betekenis en definitie, waarom en wanneer we deze adjectieven gebruiken, maar de woordenboeken brengen daarover doorgaans objectief uitsluitsel.
Door de eeuwen heen is de plaats en rol van gevoelens in onze levens en samenlevingen veranderd, anders belicht of geïnterpreteerd. Het merendeel van de gevoelstrefwoorden echter wordt al eeuwenlang gebruikt, zelfs sinds het begin van de jaartelling. Hoe persoonlijk of cultureel we ook voelen, de woorden die we voor gevoelens gebruiken willen nog altijd hetzelfde zeggen; er zit slechts een kleine maar altijd interessante speling op hun betekenis.
Een andere afbakening van deze woordenschat is dat het enkel Europese talen betreft: het Nederlands, het Duits en het Engels als Germaanse talen, het Frans, het Spaans en het Italiaans als Romaanse talen. Over het algemeen vindt men gemakkelijk vrij trouwe vertalingen. Twee op drie woorden hebben overigens dezelfde stam.
Men zou kunnen nagaan hoeveel van deze Europese woordenschat trouw vertaald kan worden. Want vreemde talen cultiveren inderdaad enkele gevoelens waarvoor we in onze Westerse cultuur geen specifieke woorden hebben. Maar als boeken en films wereldwijd en in alle richtingen vertaald, gezien en gelezen worden, lijdt het geen twijfel dat de categorie van gevoelens universeler is dan we doorgaans geloven.
BESCHRIJVING VAN DE 3 DYNAMISCHE SYSTEMEN
Het unieke onderwerp van dit project is dus de dynamiek van de gevoelens en de onderlinge verbanden die tussen de gevoelstrefwoorden is aangebracht. De vele woorden die we gebruiken om aan te duiden hoe iemand voelt, zijn op die manier in één navigeerbaar netwerk uitgezet.
Als we ons levensverhaal op een trefzekere manier willen communiceren, zullen we als vanzelf onze belangrijkste gevoelens bij de ander proberen op te wekken. Door gevoelens te raken kunnen we identificeren en socialiseren. Alle verhalen, persoonlijk of cultureel gekleurd, raken ons dus in de categorie van de gevoelens. Door dit dramaturgische principe van de identificatie om te keren, kunnen we via de categorie van universele gevoelens alle persoonlijke verhalen uitwisselen.
a. DE EMOGLOBE
Op de Emoglobe staan 488 adjectieven geschikt waarmee we aanduiden hoe iemand zich voelt. Op een bol (3D) ligt elk gevoelsadjectief centraal. Zo kan men zien hoe de gevoelens zich tot elkaar verhouden.
Bij het kiezen en het schikken van de adjectieven is er op gelet dat elk woord omgeven wordt door gevoelsverwante maar genuanceerde trefwoorden. Op die manier vormen de trefwoorden fijn geschakeerde gevoelsvelden die in alle richtingen in elkaar overlopen, de bol rond.
De trefwoorden kan men interpreteren door hun plaats af te lezen ten opzichte van drie assen:
* Verticaal lopen de machtsverhoudingen, en schetsen de hiërarchie van meer-, over even- naar minderwaardige gevoelens, van actieve naar passieve gevoelens, van zogezegd sterkere naar zwakkere gevoelens. Op de evenaar zijn de gevoelens of verhoudingen evenwaardig en daarom doorgaans intenser: ze tonen meer betrokkenheid in de gevoelsrelatie.
* Horizontaal staan aantrekking & afstoting (0° en 180°) tegenover elkaar, alsook groepen van waardige en valse gevoelens (90° en 270°).
* Diagonaal loopt de schuldring die het hele schuldproces doorloopt. De schuldring verbindt op de emoglobe diagonaal alle gevoelens die men kan hebben wanneer men schuld vermoedt, bekent, betreurt, aanklaagt, verwijt of vergeldt, of wanneer men zich schuldig maakt: bvb. als men bedriegt, beschadigt, vernietigt, dwarsligt, stoort of steelt. De schuldring volgt dit dynamische proces van crimineel feit, over schuldvermoeden, (aan-)klacht, verwijt, beschuldiging, vergelding, wraak tot wroeging, boete, bekentenis en verontschuldiging.
De schuldring splitst de gevoelens bovendien op in droefheden en blijheden, zoals Spinoza ze onderscheidde. Als je de Emoglobe zo voor je draait dat de diagonale schuldring een evenaar wordt, zie je dat de droefheden onder de schuldring liggen en de blijheden erboven! Zich blij of droevig voelen heeftdus meer te maken hebben met sociale aanvaarding of aanpassing dan met het zich meester maken of voelen over een situatie.
Dat de rol die normen hebben in sociale systemen en de positie die men als individu kan innemen t.a.v. deze normen, zowat alle gevoelens beïnvloeden, komt ook uit de verf in het dialectische systeem.
b. HET WOORDENBOEK MET HYPERLINKS
Aangezien woordenboeken in hun definities van gevoelstrefwoorden veelvuldig verwijzen naar andere gevoelstrefwoorden: niet alleen verwante gevoelens of synoniemen, maar ook samengestelde en tegengestelde gevoelens, of gevoelens die oorzaak of gevolg kunnen zijn, ligt het voor de hand een dynamisch gevoelswoordenboek samen te stellen die de relaties tussen de verschillende gevoelens door hyperlinks navigeerbaar maakt.
De woordenschat en definities van de gevoelens zijn overgenomen uit officiële woordenboeken, aangevuld met de gevoelsdefinities uit de Ethica van Spinoza, en een aantal spreekwoorden over gevoelens. Zonder uitzondering werd anekdotische of tendentiële informatie over gevoelens vermeden. Dat betekent dat nergens het persoonlijke verhaal van iemand doorklinkt of nergens sprake is van gevoelens wanneer ze worden gerecupereerd door bvb. een welbepaalde godsdienst, therapeutische of psychologische visies e.a.c. HET DIALECTISCHE SYSTEEM
Dialectiek is dus het principe dat men iets (pas) kent als men zijn tegengestelde bepaalt: ontkenning van het ene bevestigt het andere. Dialectiek helpt zeker om begrippen van elkaar te onderscheiden en aldus beter te definiëren. De vroegste dialectische filosoof was Plato die zei dat 'elk waarlijk weten ontstaat uit het gelijktijdig kennen van de tegengestelden'.
Een emotie is een hartstochtelijk debat tussen twee tegengestelde gevoelens. In het dialectische systeem zijn 72 paren van tegengestelde gevoelens geordend in 18 categorieën van verschillende gevoelsoorzaken. In elke categorie zijn 4 paren van tegengestelde gevoelens ondergebracht.
Het dialectische systeem steunt op het werk van Spinoza en Adam Smith. Uit de Ethica (1677) van Spinoza zijn dertien paren van tegengestelde gevoelens, nl. blijheden (+) tegenover droefheden (-), verwerkt in de verschillende categorieën. Uit The theory of moral sentiments (1759) van Adam Smith wordt de stelling zichtbaar dat elk gevoel een waardering inhoudt ten opzichte van de geldende norm: een handeling is aldus meer (>) of minder (<) dan gepast, verdiend (M) dan wel onverdiend (I).
Voor elke van deze verschillende beoordelingen bestaan in onze taal dus verschillende adjectieven. Door te antwoorden op drie tot vijf meerkeuzevragen kan men uit de 144 gevoelstrefwoorden het precieze adjectief kiezen.
DE SCHULDRING
Het uittekenen van de schuldring is een belangrijke ontdekking van de Emoglobe. De schuldkwestie (het tekort, de schade, de schande) is door de eeuwen heen en tot op vandaag een belangrijk regulerend (zowel religieus, economisch als juridisch) principe gebleken voor het functioneren van onze samenlevingen. Dat de Westerse samenleving zo doordrongen is van het schuldbesef is geen uitzonderlijk Christelijke erfenis; het is niet meer dan een sociale wet die ook door het christendom werd gecultiveerd.
Alle vormen van verbintenissen (financiële contracten, huurcontracten, huwelijkscontracten, samenlevingscontracten,…) koppelen rechten aan plichten, diensten aan verdiensten: ze stellen de waarde en tegenwaarde vast. Een contract dat de persoonlijke en gemeenschappelijke belangen in rekening brengt, is billijk en rechtvaardig en veronderstelt de betrouwbaarheid van de partners of partijen.
Als de tegenprestatie uitblijft of ontoereikend is, ontstaat schuld, waaraan men verplicht is te voldoen, en voor welke gevolgen men verantwoordelijkheid draagt. Wie minder krijgt of meer eist dan hem of haar eigenlijk toekomt, kan het gevoel krijgen zich opgeofferd te hebben, leren dat vertrouwen, loyaliteit en inzet voor anderen niet lonend zijn. Schulden die niet ingelost worden, kunnen bovendien roulerende rekeningen op gang brengen (Ivan Boszormenyi-Nagy, 1981). Als derde inrichtend principe van de Emoglobe toont de diagonale schuldring deze cyclus van geweld-schuld-geweld en doorkruist de twee andere assen!