menu language

"De gevoelens van de hele mensheid zullen maatgevend zijn voor de moraal." - A. Smith 

 DE ONZICHTBARE HAND 

In The Theory of Moral Sentiments (1759) beschreef Adam Smith hoe vrijwel alle gevoelens zich verhouden tot de geldende normen. Pas zeventien jaar later publiceerde hij An Inquiry into the Nature and Causes of The Wealth of the Nations waarmee hij bekend werd als de grondlegger van de economische wetenschappen. Zelf zei Adam Smith dat The Wealth of Nations het logische vervolg is op de The Theory of Moral Sentiments. De economie zou dus draaien rond de heersende waarden, zoals de gevoelens draaien rond de heersende normen. Het onderwerp van een derde maar ongeschreven boek van zijn geplande drieluik verrast dan ook niet: de rechtspraak.  

Om deugdzaam te handelen, moet men zich volgens Adam Smith gewoon laten leiden door de voorstelling van wat de anderen ervan zouden vinden als men een bepaald iets zou doen of laten.  Hij verving het oog van God door de "onpartijdige" of "onzichtbare" toeschouwers. Ook in The Wealth of the Nations spreekt hij over een "onzichtbare hand", meerbepaald wanneer hij erop vertrouwt dat de zoektocht van alle mensen naar hun eigenbelang ("het voordeel ten opzichte van zijn buurman verzilveren") automatisch leidt tot de verwezenlijking van het algemeen belang. Uiteraard moest, toen Adam Smith dit schreef, de industriële revolutie nog goed beginnen.  Het socialisme zou van zijn onzichtbare hand snel een opstandige en later nog een totalitaire vuist maken.  

Het "onzichtbare" in Adam Smith's werk duikt slechts een enkele keer op om bijna ironisch aan te stippen dat de samenleving religieus is, maar niet noodzakelijk omwille van zijn godsdienst. Elke mens is namelijk voorzien van een indrukwekkend apparaat om signalen betreffende de heersende normen en waarden op te vangen en te interpreteren. Gericht op het materiële, om te leven en overleven, beweegt de mens van Adam Smith zich in een spiritueel netwerk dat de maat van de gemeenschap te kennen geeft, en waarbij de menselijke gevoelens de belangrijkste zenders en ontvangers zijn van ethische informatie. 

God is niet afwezig in de ethiek van Adam Smith, wel integendeel: God maakte de mens zelf tot rechter van de mensheid, omdat de mens in zijn werelds bestaan hoe dan ook geleid moet worden. Ondanks of dankzij de afstandelijkheid van God, rekende Adam Smith op ultieme rechtvaardigheid, vertrouwde hij erop dat iedereen uiteindelijk zijn rechtmatige plaats zou vinden of toegewezen krijgen.  De morele gevoelens zijn de belangrijkste bewerkstelligers van een wereldse spiritualiteit, die voor wereldse zaken niet rekent met God's genade.  Adam Smith noemt God's oordeel wel superieur aan het oordeel van de mens, maar aangezien de mens bij leven het oordeel van God niet kan kennen of afleiden, is hij volledig aangewezen op een wereldse moraliteit. Het menselijk oordeel is slechts voorlopig, maar noodzakelijk en legitiem.  Adam Smith huiverde vast en zeker voor een Inquisitie die oordeelt in de naam van God. De willekeur waarmee onschuldigen ongelukkig de dood ingestuurd werden om aan de wil van God tegemoet te komen, bevestigt Adam Smiths' beeld van een God die lijkt op Fortuna.

COINCIDENTIA OPPOSITORUM

Voor Spinoza is de link tussen moraliteit en gevoelens zo mogelijk nog sterker. "De kennis van goed en kwaad is een aandoening van blijheid en droefheid voorzover wij ons daarvan bewust zijn" (Ethica, IV, 8).

De opvatting dat de emoties getemperd moeten worden door rede, wordt ook bevestigd door Spinoza, maar alleen als dat betekent dat men zich in het gevoel verdiept, het herkent en het begrijpt. Het is niet de bedoeling dat de gevoelens ontkend, vermeden, onderdrukt of gekanaliseerd worden, evenmin dat men wacht tot de storm van emotie overgewaaid is alvorens tot zinnen te komen. Spinoza waarschuwt voor de gevoelens, maar juist wanneer men hun betekenis niet zoekt of herkent. "Er is geen voortreffelijker heelmiddel tegen de aandoeningen te bedenken, dat tevens in onze macht ligt, dan hun juiste kennis" (Ethica, V, 4).  Het verstand wordt niet tegenover de gevoelens geplaatst, maar rijpt uit de kennis van de gevoelens. 

Spinoza definieerde de meeste gevoelens in paren van tegengestelde gevoelens. Het gevoel is er als het ware altijd omwille van zijn tegengestelde gevoel. In het begin van het vijfde hoofdstuk van de Ethica, "De macht van het verstand", stelt Spinoza het volgende axioma: "Wanneer in eenzelfde voorwerp twee tegenstrijdige bewegingen worden opgewekt, moet noodzakelijk of in beide, of in een daarvan een verandering plaats grijpen, totdat zij ophouden tegenstrijdig te zijn."  Impliciet geeft hij daarmee de aanzet tot een definitie van een emotie, zijnde de plotse confrontatie van twee tegengestelde gevoelens.

De normatieve gevoelstheorie van Adam Smith en de dialectische gevoelsdefiniëring van Spinoza zetten aan tot een wereldse spiritualiteit: een spiritualiteit van levende wezens die via de categorie van de gevoelens moreel verbonden zijn, als bestonden ze uit één lichaam.  Het gewilde onderscheid tussen lichaam en geest, waarmee zowel religies als wetenschappen hun terrein afbakenen, vormt voor Spinoza geen probleem.  Hij stelt dat "de geest verenigd is met het lichaam en het lichaam het voorwerp is van de geest" (Ethica, II, 21). Elk individu overstijgt het tijdelijke en het persoonlijke juist door de kennis van zijn gevoelens en emoties.

De emotie is goddelijk en stelt in elke persoon die haar voelt, het begrip van een cruciale keuze tussen wie men was en wie men wordt. 

DE EMOTIE ALS GENIAAL MOMENT

Kan ik iets goddelijks noemen zonder in (de anekdotische, bijna theatrale figuur) God te geloven ? Zou ik zoals Spinoza de mogelijkheid openlaten om het oneindige en allesomvattende "ofwel God ofwel Natuur" te noemen, alsof men het scherpe onderscheid tussen de Schepper en de schepping even ongemoeid kan laten ? Zouden de intenties van de Schepper misschien niet onmiddellijk doorschemeren in de zin van de Schepping, de natuur, het leven ? 

Het belang van Gods oordeel (nà het leven) voor Adam Smith en de intenties van de Schepper (voor het leven) voor Spinoza, zijn elkaar waard. Volgens Spinoza sterft de menselijke geest overigens samen met het lichaam. Wat de mate van onvermijdelijkheid en voorbestemdheid van de gebeurtenissen betreft, zijn ook de spirituele ideeën van Smith en Spinoza complementair. De mensheid moet recht en reden uit het leven zelf afleiden, als hing het ervan af.  

In Profanazioni beschrijft de Italiaan Giorgio Agamben spiritualiteit als het voortdurende bewustzijn van een persoon met levenservaring, dat er nog een belangrijk deel leven komt.   

Men hoeft niet in God te geloven om iets goddelijks te vinden, maar mijn God is de schepper van ideale omstandigheden waarin ik de minimale kracht die ik heb, maximaal kan benutten, en dan noem ik deze omstandigheden een buitenkans, én God is de schepper van de ideale omstandigheden waarin ik maximaal mijn krachten aanwendt om het uiterste minimum te bereiken, en dan noem ik deze omstandigheden een uitdaging.  Door de geboden buitenkansen en uitdagingen verwezenlijk ik mezelf, en voel ik de mate van onvermijdelijkheid en de voorbestemdheid van mijn leven.  Daarom heb ik eerder de emoties goddelijk genoemd, omdat ze de sterke signalen zijn dat de ideale omstandigheden om mezelf te verwezenlijken, er zijn. Ik moet immers kiezen om mezelf te blijven, in het licht van alles wat ik weet en niet weet. 

Volgens de Duitse kardinaal Nicolaus von Keus (1440)  is Schoonheid het samenvallen van het minimum en het maximum, het samenvallen van de tegenstelden, wanneer en waardoor het opvallende verschil wegvalt. De maat van het gevoel is dus zoals in de trappen van vergelijking, mooi-mooier-mooist, goed-beter-best. Met onze gevoelens meten we de schoonheid en de goedheid van werkelijk alles. 

DE MORAAL IS DE ORDE EN EENHEID VAN HET GEVOEL

In die zeer lijvige en filosofische roman van hem, De man zonder eigenschappen, beschrijft Robert Musil (1942) de nauwe relatie tussen de gevoelens en de moraal. 

"Elke moraal heeft voor haar eigen tijdsgewricht het gevoel slechts in zoverre geregeld, en binnen dat kader bovendien nog star, als bepaalde principes en basisgevoelens nodig waren om naar haar believen te kunnen handelen; de rest heeft zij echter aan het goeddunken overgelaten, aan het persoonlijke spel van de gevoelens, aan de vage bemoeienissen van de kunst en aan de academische debatten. De moraal heeft dus de gevoelens aangepast aan de behoeften van de moraal en heeft daarbij verzuimd ze te ontwikkelen, ofschoon zij zelf van ze afhangt. De moraal is immers de orde en eenheid van het gevoel." - Een grote gebeurtenis is in wording. 

De mens en het gevoel dat hij heeft zijn nooit op zichzelf aangewezen.  De voelende mens is het verhaal van alle mensen die hem omringen en van al zijn gevoelens die op elkaar inspelen.

"Wat een mens zelf doet en voelt is gering in vergelijking met alles waarvan hij moet uitgaan dat anderen dat op ordentelijke wijze voor hem doen en voelen. Geen mens leeft alleen in zijn eigen evenwicht, maar ieder steunt op dat van de lagen die hem omringen, en zo speelt in de kleine lustfabriek van het individu een hoogst ingewikkeld moreel krediet mee, waarop nog zal moeten worden teruggekomen omdat het niet minder tot de psychische balans van de gemeenschap dan tot die van het individu behoort." - Systemen van geluk en evenwicht.

"Van de grote ideeën van bijzondere mensen tot en met de kitsch die zo'n band schept tussen de volkeren, vormt datgene wat Ulrich de morele fantasie noemde, of eenvoudiger het gevoel, één enkel, eeuwenoud gistingsproces dat nooit uitgegist raakt. De mens is een wezen dat niet zonder enthousiasme kan leven. En enthousiasme is de toestand waarin al zijn gevoelens en gedachten dezelfde geest hebben.  Jij denkt, bijna het tegenovergestelde, dat het de toestand is waarin een gevoel oppermachtig sterk is, één enkel gevoel dat - meegesleept zijn! - de andere gevoelens naar zich toe sleept ? Of heb je daar helemaal niets anders over willen zeggen ? Toch is het zo. Het is ook zo. Maar de kracht van een dergelijk enthousiasme is niet te stoppen.  Duurzaamheid verkrijgen de gevoelens en gedachten alleen door contact met elkaar, in hun geheel, zij moeten op de een of andere manier gelijkgericht zijn en elkaar meeslepen." - Een grote gebeurtenis is in wording.

"De morele norm is een beweeglijk evenwicht dat elk moment eist dat er aan zijn vernieuwing wordt gewerkt. (...) Langzamerhand voelt men de noodzaak om een moraal die al tweeduizend jaar telkens alleen wat details betreft aan de veranderende smaak is aangepast, een fundamenteel ander model te geven en in te ruilen voor een andere, die soepeler aansluit bij de beweeglijkheid der feiten." - De utopie van het essayisme.

conception Vertige asbl