1. CATEGORIE
Kies uit de verschillende categorieën de oorzaak van uw emotie
PERSOONLIJK (een persoon)
RELATIONEEL (tussen twee of meerdere personen)
Duid aan of de partijen een onderling akkoord of contract navolgen,
ja of
nee
PUBLIEK
Duid aan of het over een
publiek optreden gaat
TIJDSGEBONDEN (met betrekking tot toekomst of verleden)
Duid aan of de handeling voltooid is,
ja of
nee
COGNITIEF (met betrekking tot kennis)
2. INSCHATTING VAN DE HANDELING
Duid aan hoe U de handeling (van de persoon) die uw emotie veroorzaakt, inschat